|
Verordening
van 30 December 1916, houdende regeling vqn het verkeer op de wegen in |
|
IN
NAAM DER KONINGIN! In overwening
genomen.hebbende, dat het wenschelijk is nieuwe bepalingen vast te
stellen ointrent Heeft, den Raad. van Bestuur gehoord, na verkregen goedkeuring der Koloniale Staten, vastgesteld onderstaande verordening: Artikel 1. In deze
verordening worden verstaan: De voorschriften van deze verordening zijn niet van toepassing op kruiwagens,kinderwagens ofdaarmede gelijk te stellen rij- of voertuigjes. Artikel 2. Het is den bestuurder van een rij- of voertuig verboden daarmede over een weg te rijden op zoodanige wijze of met zoodanige snelheid, dat de vrijheid of de veiligheid van het verkeer, op dien weg wordt belemmerd f in gevaar wordt gebracht. Met paarden, muildieren, muilezels of ezels onder den man mag niet harder gereden worden dan in draf of daarmede in snelheid overeenkomenden gang. Met beladen voertuigen anders dan op veeren mag alleen stapvoets worden gereden. Artikel 3. De bestuurder van een rij- of voertuig is verplicht de bevelen, welke hem door de politie in het belang der openbare orde ten aanzien van de met zijn rij- of voertuig in acht te nemen snelheid, te volgen richting of in te nemen plaats gegeven worden, aanstonds op te volgen. Deze bevelen kunnen ook door armbewegingen worden gegeven. Bij besluit van den Gouverneur worden vastgesteld de armbewegingen en hunne beteekenis. Artikel 4. Het is verboden met rij- of voertuigen of rijdieren zonder noodzakelijkheid te rijden over de verhoogde voetpaden lands de wegen of tusschen de huizen en de daarvoor staande boomen of de zich daarvoor bevindende trenzen en op wegen zonder boomen of trenzen vlak langs de huizen. Artikel 5. Het is verboden
met sti!staande rij- of voertuigen den weg te versperren, tenzij waar
uithalen niet mogelijk is, gedurend den tijd noodig om personen de
gelegenheid te geven in- en uit te stappen of om goederen op- of af te laden
. Artikel 6. Het is verboden met rij- of voertuigen of rijdieren of met enkele bepaald aangeduide daarvan te rijden : a.op wegen, bij besluit van den Gouverneur daarvoor aangewezen : b. te Paramaribo op wegen, ten aanzien waarvan een tijdelijk verbod van zoodanig verkeer door den Procureur Generaal is uitgevaardigd en vooraf in het GouvernementsAdvertentieblad ter algemeene kennis gebracht; c. in de districten op wegen, ten aanzien waarvan een tijdelijk verbod van zoodanig verkeer door den DistrictsCommissaris is uitgevaardigd en vooraf door aanplakking op de voor zoodanige kennisgeving bestemde plaats ter algemeene kennis is gebracht. Artikel 7. De bestuurders van rij- en voertuigen en de berijders van rijdieren, door de politie gelast stil te houden, moeten onmiddellijk aan dien last voldoen, en zijn verplicht voor zooveel motorrijtuigen betreft, de in artikel 8 eerste lid, sub 2o en 3o bedoelde nummer- en rijbewijzen en het in artikel 10 bedoelde bewijs van inschrijving te vertoonen, en, desverlangd, bewijs te leveren omtrent de deugdelijkheid van stuurtoestel, remtoestel en geluidsignaal. Artikel 8. Het is verboden met een motorrijtuig over een weg te rijden, tenzij : 1o.behoorlijk zichtbaar zij een op of aan het rijtuig aangebracht nummer, aan den eigenaar of vanwege den Procureur -Generaal, van zoodanige afmetingen en kleur aangebracht, als door den Procureur- Generaal zal worden bepaald en in het Gouvernements-Advertentieblad aangekondigd ; 2o.aan den eigenaar of houder door of van wege den Procureur-Generaal ter zake van de sub 1o. bedoelde opgave een nummerbewijs is afgegeven; 3o. aan den
bestuurder een rijbewijs zij afgegeven door of van wege den
Procureur-Generaal en dit rijbewijs niet ingevolge het tweede lid van artikel
9 zijne geldigheid hebbe verloren. Artikel 9. Een rijbewijs, als bedoeld in arlikel 8, eerste lid, sub 3o., wordt slechts afgegeven aan dengene, die ten genoegen van een door den Procureur-Generaal te benoemen commissie van twee ambtenaren, voldoende blijken heeft gegeven van bekwaanheid in besturen en behandelen van motorrijtuigen en mits: 1o. voor het besturen van motorrijwielen, hij den leeftijd van zestien jaren heft bereikt; 2o. voor het
besturen van andere motorrijtuigen, hij den leeftijd van achttien jaren heft
bereikt. Dit rijbewijs kan door den Procureur-Generaal voor een door hem te
bepalen termijnworden ingetrokken wegens veroordeling ter zake van
overtreding der bepalingen dezer verordening of van de krachtens haar
vastgestelde besluiten wegens misbruik van sterken drank of wegens gebleken
onbekwaamheid in het besturen of behandelen van motorrijtuigen. Artikel 10. Het is verboden
motorrijtuigen op meer dan twee wielen (met uitzondering van die uitsluiten
in gebruik voor den openbaren dienst en van die van gemak of weelde) te
houden of te verhuren, zonder voorzien te zijn van een te Paramaribo door den
Commissaris van Politie en in een district door den District-Commissaris
afgegeven bewijs van inschrijving als houder of verhuurder. De inschrijving in het eerste lid bedoeld kan door de volgens dat lid bevoegde ambtenaren worden geweigerd of indien zij reeds heeft plaats gehad, ongeldig worden verklaard, wegens veroordeeling ter zake van overtreding der bepalingen dezer verordening of van de krachtens haar vastgestelde besluiten. Van deze beslissing staan binnen veertien dagen na den datum daarvan beroep open op den Procureur-Generaal. Artikel 11. Bij besluit van
den Gouverneur worden voorschriften vastgesteld ter bevordering van de
vrijheid en veiligheid van het verkeer op de wegen in verband met het gebruik
van rij- en voertuigen. Artikel 12. De bestuurder van een motorrijtuig of een rijwiel, waarmede over een weg gereden wordt, is verplicht het rijtuig of het rijwiel te doen stilhouden en, ten aanzien van het motorrijtuig de motor in rust te brengen, telkens wanneer de vrijheid of de veiligheid van het verkeer het een of het ander vordert. Artikel 13. Overtreding van de voorschriften dezer verordening of van de krachtens haar vastgestelde besluiten wordt, voor zooveel daartegen bij het wetboek van strafrecht voor de kolonie Suriname niet is voorzien, gestraft met hechtenis van ten hoogste derlig dagen of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden. Artikel 14. De feiten bij deze verordening strafbaar gesteld worden beschouwd als overtredingen. Artikel 15. Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam van " Rijverordening 1916". Zij treedt in werking op een nader door den Gouverneur te bepalen tijdstip de verordening van 12 maart 1900 (G.B.No.13) vervalt. Gegeven te
Paramaribo, den 30n December1916. De Gouvernements-secretaris, L.J. RIETBERG. Uitgegeven den 1sten
September 1917 A.T. OLIVIERA |