-
effectief wordt beheerd door
staats burgers van lidstaten van de Caraibisehe
Gemeensehap als bedoeld in subparagrafen (1),(2) en (3)
van dit lid, met de bevoegdheid om de meerderheid van de
bestuurders te benoemen of anderszins leiding te geven
aan haar activiteiten.
Artikel II
-
Deze wet wordt in het Staatsblad van de
Republiek Suriname afgekondigd.
-
Zij treedt in werking met ingang van de
dag volgende op die van haar afkondiging en werkt terug tot en
met 1 januari 2006.
-
De Minister van Transport, Communicatie
en Toerisme is belast met de uitvoering van deze wet.
Gegeven te Paramaribo, de 6e februari 2006
R. R. VENETIAAN
Uitgegeven te Paramaribo, de 6efebruari 2006
De Minister van Binnenlandse Zaken,
M.S.H. HASSANKHAN
MEMORIE VAN TOELICHTING
Suriname is, sinds haar toetreding op 30 mei
1994 tot het Verdrag van Chaguaramas van 4 juli 1973 lid van de
Caraibische Gemeenschap Krachtens goedkeuring verleend bij wet van
27 juni 1995
(S.B. 1995 no. 59) werd Suriname vanaf juli 1995 lid van de
Caraibische Gemeenschappelijke Markt.
De lidstaten van de Caraibische Gemeenschap
zijn bij het Herziene Verdrag van Chaguaramas van 5 juli 2001 (door
Suriname goedgekeurd bij wet van 10 maart 2003 S.B. 2003 no. 24)
overeengekomen om de Caraibische economische integratie te verdiepen
door de Caricom Single Market and Economy (CSME) op te richten. In
dat kader hebben de lidstaten zich onder andere verplicht om
nationale wettelijke en administratiefrechtelijke voorzieningen, die
voor staatsburgers van andere lidstaten van de Caraibische
Gemeenschap ten opzichte van eigen staatsburgers beperkingen
betreffende vestiging, dienstverlening en kapitaalverkeer inhouden,
te wijzigen en daarmede te bewerkstelligen dat ter zake daarvan
staatsburgers van andere lidstaten van de Caraibische Gemeenschap op
gelijke voet met eigen staatsburgers worden behandeld.
Ingevolge artikel 1 van de Autobusdienstwet
(G.B. 1933 no. 100, zoals laatstelijk gewijzigd bij G.B. 1952 no. 6)
is het exploiteren van een autobusdienst vergunningsplichtig.
De Minister van Transport, Communicatie en
Toerisme is in artikel 3 van die wet de bevoegdheid toegekend om aan
de vergunningen voorwaarden te verbinden die de veiligheid van het
vervoer en een behoorlijk verkeer moeten verzekeren.
Hoewel deze voorschriften op zich geen
ongunstigere behandeling van staatsburgers van andere lidstaten van
de Caraibische Gemeenschap ten opzichte van eigen staatsburgers
veronderstellen, is het met het oog op het bepaalde in artikel 37
lid 1 en lid 3 sub (b) van het Herziene Verdrag van Chaguaramas
wenselijk om waarborgen te creeren dat bij de verlening van
betreffende vergunningen en ten aanzien van voorwaarden die daaraan
worden verbonden Staatsburgers van Caraibische iidstaten en
Staatsburgers van Suriname op gelijke voet worden behandeld. Deze
maatregelen hadden ingevolge hetgeen is overeengekomen op de 13e
Conferentie van Staatshoofden van de Caraibische Gemeenschap vanaf
31 december 2003 van kracht moeten Zijn.
De onderhavige wet bewerkstelligt het
beoogde doel door in artikel 3 van de wet twee nieuwe leden op te
nemen.
Deze wetswijziging regelt de gelijkstelling van staatsburgers van
andere Caricomlanden met Surinaamse staatsburgers. Derhalve is het
noodzakelijk dat het reciprociteitsprincipe van kracht zal zijn bij
de toepassing van deze wet.
Paramaribo, 6 februari 2006,
R. R. VENETIAAN