-
havenfaciliteit: een faciliteit zoals bedoeld in hoofdstuk XI- 2
voorschrift 1.9 van het Verdrag;
-
beheerder van een havenfaciliteit: natuurlijke persoon of
rechtspersoon die een havenfaciliteit exploiteert;
-
beveiligingsbeoordeling: een risico analyse van de mogelijke
bedreigingen van een schip of haven;
-
beveiligingsverklaring: een verklaring houdende een overeenkomst
tussen een schip en een havenfaciliteit dan wel een ander schip
waarmee interactie is, waarin de door partijen te nemen
beveiligingsmaatregelen vermeld staan, zoals bedoeld in hoofdstuk
XI- 2 voorschrift 1.15 van het Verdrag;
-
schip: dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende typen
schepen die internationale reizen ondernemen: passagiersschepen
inclusief hoge snelheidsvaartuigen, vrachtschepen inclusief hoge
snelheidsvaartuigen vanaf 500 Bruto Register Ton en mobiele
boorplatforms;
-
beveiligingsincident: iedere verdachte handeling of omstandigheid
die bedreigend is voor de veiligheid van een schip, met inbegrip van
de veiligheid van een booreenheid, een hogesnelheidsvaartuig, een
havenfaciliteit, een schip of haven raakvlak of een
schip-tot-schipactiviteit;
HOOFSTUK 2
ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE VAN DE MARITIEME BEVEILIGING
Artikel 2
De bepalingen van het Verdrag zijn van toepassing op de beveiliging
van schepen en havenfaciliteiten in de Republiek Suriname.
Artikel 3
Bevoegde nationale autoriteit voor de maritieme beveiliging
De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de maritieme beveiliging
berust bij de President van de Republiek Suriname.
Artikel 4
Het verstrekken van informatie
-
De Minister zal zorgdragen voor het verstrekken van informatie
aan de Internationale Maritieme Organisatie overeenkomstig hoofdstuk
XI- 2 voorschrift 13 van het Verdrag.
-
Deze informatie zal onder andere bevatten:
-
het bekendmaken van de aangewezen autoriteiten die
verantwoordelijk zijn voor de controle en het toezicht op de
maritieme beveiliging;
-
de havenfaciliteiten die een goedgekeurd beveiligingsplan hebben;
-
de contactpersoon of personen die te allen tijde beschikbaar zijn
voor omstandigheden zoals omschreven in hoofdstuk XI- 2 voorschrift
6.2.1, 7.2 en 9.3.1 van het Verdrag.
Artikel 5
Met inachtneming van de bepalingen van deze wet stelt de Minister
regels vast voor:
-
de certificaten bedoeld in de artikelen 14 en 26;
-
het delegeren van bevoegdheden aan personen of organen voor het
uitvoeren van bepaalde taken.\
Artikel 6
Veiligheidsniveau
Voor de uitvoering van de taken respectievelijk de nakoming van de
verplichtingen met betrekking tot het vaststellen van
veiligheidsniveaus stellen de Minister belast met Justitiële en
Politionele aangelegenheden en de Minister belast met Defensie
aangelegenheden regels vast voor:
-
het instandhouden en verhogen van de maritieme beveiliging;
-
de mogelijke vaststelling van het risico dat een
beveiligingsincident plaatsvindt.
Artikel 7
Raad
Bij deze wet wordt ingesteld de Maritieme Beveiligingsraad, waarvan
de samenstelling en werkwijze bij of krachtens staatsbesluit worden
vastgesteld.
Artikel 8
Maritieme Administratie
-
De MAS treedt op als de Maritieme Administratie voor geheel
Suriname.
-
De Maritieme Administratie is het bevoegd gezag voor de
scheepsbeveiliging.
-
De Maritieme Administratie kan bepaalde werkzaamheden delegeren
aan erkende beveiligingsorganisaties.
-
De Maritieme Administratie legt de criteria vast voor het
verstrekken van beveiligingsverklaringen voor schepen overeenkomstig
Deel A paragraaf 5 van de ISPS- Code.
-
Bij vervulling van haar taken ingevolge deze wet neemt de
Maritieme Administratie de aanwijzingen en van de Minister in acht.
-
De Maritieme Administratie, de Minister en de Raad zijn verplicht
ten alle tijde de inlichtingen die ieder van hen nodig heeft voor
een goede vervulling van hun taken ingevolge deze wet te
verschaffen.
Artikel 9
Havenbeveiligingsautoriteit
-
De MAS treedt op als Havenbeveiligingsautoriteit voor geheel
Suriname.
-
De Havenbeveiligingsautoriteit is het bevoegd gezag voor onder
andere:
-
de goedkeuring van de beveiligingsbeoordeling van de
havenfaciliteiten;
-
de ontwikkeling, herziening, goedkeuring en toezicht op de
tenuitvoerlegging van de beveiligingsplannen van de
havenfaciliteiten;
-
de afzonderlijke beoordelingen van de beveiligingsplannen;
-
de periodieke herziening van de beveiligingsbeoordeling;
-
de aanwijzing van erkende beveiligingsbedrijven.
-
Voor de in lid 2 van dit artikel genoemde taken, zal de
Havenbeveiligingsautoriteit richtlijnen vaststellen.
Artikel 10
Rapportage
Periodiek moet aan de Maritieme Administratie respectievelijk de
Havenbeveiligingsautoriteit door de maatschappijen en beheerders van
havenfaciliteiten gerapporteerd worden met betrekking tot de
effectiviteit van het geïmplementeerd scheepsbeveiligingsplan en het
havenbeveiligingsplan.
Artikel 11
Kosten
-
Kosten voortvloeiende uit het voldoen aan de verplichtingen
genoemd in de artikelen 12, 13, 14, 23, 24 en 25 zijn voor rekening
van de beheerder van de havenfaciliteit en de maatschappij van het
schip.
-
De kosten ter verkrijging van de certificaten zoals genoemd in
het Verdrag worden bij staatsbesluit vastgesteld.
HOOFDSTUK 3
SCHEPEN
Artikel 12
Buitenlandse schepen zijn onderworpen aan de controle en
handhavingsmaatregelen als bepaald in hoofdstuk X1-2 voorschrift 9
van het Verdrag.
Artikel 13
Keuring en certificering van schepen
-
Elk schip waarop de ISPS-Code van toepassing is dient te voldoen
aan de bepalingen van het Verdrag.
-
Met inachtneming van de vereisten met betrekking tot de
scheepvaart is de Maritieme Administratie bevoegd tot het keuren en
certificeren van schepen overeenkomstig Deel A paragraaf 19 sub 1 en
2 van de ISPS- Code.
Artikel 14
Uitgifte van internationale scheepsbeveiligingscertificaten
-
Indien wordt voldaan aan de criteria zoals vastgelegd in Deel A
paragraaf 19 sub 1 van de ISPS-Code, wordt op verzoek van de
maatschappij, na de eerste keuring of de herkeuring van in Suriname
geregistreerde schepen, een Internationaal
Scheepsbeveilingscertificaat verstrekt.
-
Dit certificaat wordt goedgekeurd en afgegeven door de Maritieme
Administratie of namens deze door een door haar aangewezen
beveiligingsbedrijf.
Artikel 15
Deze schepen dienen onder andere te voldoen aan de bepalingen vervat
in:
-
hoofdstuk V voorschrift 19 van het Verdrag betreffende het aan
boord hebben van het automatisch identificatiesysteem;
-
hoofdstuk XI-1 voorschrift 3 van het Verdrag betreffende het
permanent aanbrengen van het scheepsidentificatienummer.
Artikel 16
Duur
-
De Maritieme Administratie geeft expliciet de duur aan van het
internationaal scheepsbeveiligingscertificaat, overeenkomstig Deel A
paragraaf 19 sub 3 van de ISPS Code.
-
Het certificaat is ten hoogste 5 (vijf) jaren geldig.
Artikel 17
Voorlopige internationale scheepsbeveiligingscertificaten
-
De Maritieme Administratie is bevoegd tot het verstrekken van
voorlopige internationale scheepsbeveiligingscertificaten, met een
geldigheidsduur van ten hoogste 6 (zes) maanden conform paragraaf 19
sub 4.4 van de ISPS-code.
-
Een voorlopig scheepsbeveiligingscertificaat zal slechts worden
verstrekt indien is voldaan aan de bepalingen overeenkomstig Deel A
paragraaf 19 sub 4 van de ISPS- Code.
Artikel 18
Wijziging
-
De artikelen 10 tot en met 14 zijn eveneens van toepassing op
aanvragen die betrekking hebben op een wijziging van de inhoud van
een beveiligingsbeoordeling, onderscheidenlijk van de inhoud van een
beveiligingsplan van een schip.
-
Ingeval met de wijziging van een beveiligingsplan wordt ingestemd
en het certificaat, afgegeven ingevolge artikel 14 lid 1, nog geldig
is, wordt de goedkeuring verleend voor de resterende looptijd van
het certificaat en als bewijs hiervan wordt een aanhangsel bij dat
certificaat toegevoegd.
Artikel 19
Elk schip waarop hoofdstuk I van het Verdrag van toepassing is dient
te voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk XI- 1 voorschrift 5 van
het Verdrag betreffende het aan boord hebben van het continu
scheepsgegevensoverzicht.
Artikel 20
Schepen dienen te voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk XI- 2
voorschrift 6 van het Verdrag betreffende het aanboord hebben van
een scheepsbeveiligings alarmsysteem.
Artikel 21
Intrekking scheepsbeveiligingscertificaat
De Maritieme Administratie is bevoegd het
scheepsbeveiligingscertificaat van het schip in te trekken in de
gevallen zoals omschreven in Deel A paragraaf 19 sub 3.8 van de ISPS
Code.
Artikel 22
Mededeling
-
Van elk door de Maritieme Administratie verstrekte of ingetrokken
internationaal scheepsbeveiligingscertificaat doet deze onverwijld
schriftelijk mededeling aan de Minister.
-
De Maritieme Administratie houdt een register bij dat op verzoek
toegankelijk zal zijn voor een ieder.
-
Tevens worden van de verstrekte of ingetrokken certificaten
afschriften verzonden naar de Havenraad, de Maritieme
Beveiligingsraad, de MAS, de Districts- Commissaris, het Korps
Politie Suriname, het Nationaal Leger en de belanghebbende.
HOOFDSTUK 4
HAVENFACILITEITEN
Artikel 23
De door de Staat of namens haar aangewezen havenfaciliteit, waarop
de ISPS- Code van toepassing is dient te voldoen aan de bepalingen
van hoofdstuk XI- 2 voorschrift 10 van het Verdrag.
Artikel 24
Verificatie en certificering van havenfaciliteiten
-
De Havenbeveiligingsautoriteit is bevoegd tot het verifiëren en
het certificeren van havenfaciliteiten overeenkomstig Deel A
paragraaf 4 sub 3 punt 2, 3 en 4 van de ISPS- Code.
-
De Havenbeveiligingsautoriteit legt de criteria vast voor het
verstrekken van beveiligingsverklaringen voor havens overeenkomstig
Deel A paragraaf 5 van de ISPS- Code.
Artikel 25
Havenbeveiligingscertificaten
Op aanvraag van de beheerder van een havenfaciliteit beslist de
sHavenbeveiligingsautoriteit omtrent de afgifte van het
havenbeveiligingscertificaat, mits aan de volgende vereisten wordt
voldaan:
-
de beheerder van een havenfaciliteit moet een
beveiligingsbeoordeling van de havenfaciliteit maken of laten maken;
-
indien, de Havenbeveiligingsautoriteit de onder a van dit artikel
bedoelde beoordeling heeft goedgekeurd, wordt een
havenbeveiligingsbeoordeling afgegeven aan de desbetreffende
havenfaciliteit;
-
na goedkeuring als bedoeld onder b, dient de beheerder van de
faciliteit over te gaan tot het maken of laten maken van een
havenbeveiligingsplan overeenkomstig Deel A paragraaf 16 van de
ISPS- Code en deze ook ter goedkeuring aanbieden bij de
Havenbeveiligingsautoriteit. Bij de aanvraag voor de goedkeuring van
het havenbeveiligingsplan, dient de havenbeveiligingsbeoordeling van
de havenfaciliteit te worden overgelegd.
Artikel 26
Uitgifte havenbeveiligingscertificaat
Als bewijs van goedkeuring, bedoeld in artikel 25, verstrekt de
Havenbeveiligingsautoriteit, na implementatie van het goedgekeurde
havenbeveiligingsplan, een havenbeveiligingscertificaat voor een
havenfaciliteit overeenkomstig Deel B paragraaf 16 onder 63 van de
ISPS- Code.
Artikel 27
Duur
-
De Havensbeveiligingsautoriteit geeft expliciet de duur aan van
het havensbeveiligingscertificaat overeenkomstig Deel B paragraaf B
onder 62.3 van de ISPS-Code.
-
Dit certificaat is voor ten hoogste 5 (vijf) jaren geldig.
Artikel 28
Wijziging
-
De artikelen 25 en 26 zijn eveneens van toepassing op aanvragen
die betrekking hebben op een wijziging van de inhoud van een
beveiligingsbeoordeling, onderscheidenlijk van de inhoud van een
beveiligingsplan van een havenfaciliteit.
-
Ingeval met de wijziging van een beveiligingsplan wordt ingestemd
en het certificaat, afgegeven ingevolge artikel 26, nog geldig is,
wordt de goedkeuring verleend voor de resterende looptijd van het
certificaat en als bewijs wordt hiervan een aanhangsel bij dat
certificaat toegevoegd.
Artikel 29
Intrekking
-
De Havenbeveiligingsautoriteit trekt een door hem gegeven
goedkeuring en het bijbehorend havenbeveiligingscertificaat in,
indien hem is gebleken dat:
-
door de beheerder van de havenfaciliteit bij de aanvraag onjuiste
of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste
of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
-
de beheerder van de havenfaciliteit heeft gehandeld in strijd met
het goedgekeurde beveiligingsplan, dan wel heeft nagelaten te
handelen in overeenstemming met dit plan.
-
Indien door een handelen of nalaten als bedoeld in lid 1, onder b
van dit artikel, een verandering in de beveiligingstoestand van de
havenfaciliteit teweeg is gebracht stelt de
Havenbeveiligingsautoriteit, alvorens te besluiten omtrent
intrekking, de beheerder van de havenfaciliteit binnen een door de
Havenbeveiligingsautoriteit te bepalen termijn in de gelegenheid de
havenfaciliteit wederom in overeenstemming te brengen met het
goedgekeurde beveiligingsplan.
Artikel 30
Mededeling
-
Van elke verstrekte, gewijzigde of ingetrokken
havenbeveiligingscertificaat doet de Havenbeveiligingsautoriteit
onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister.
-
Tevens worden van de in lid 1 genoemde handelingen afschriften
verzonden naar de Havenraad, Maritieme Beveiligingsraad, de MAS, de
Districts-Commissaris, het Korps Politie Suriname, het Nationaal
Leger en de belanghebbende.
HOOFDSTUK 5
TOEZICHT OP DE NALEVING
Artikel 31
-
Met de toezicht op de naleving van het bepaalde in deze wet zijn
de Maritieme Administratie en de Havenbeveiligingsautoriteit belast.
-
Een ieder is verplicht de in artikel 8 en 9 aangewezen
autoriteiten de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is
bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden.
-
Bij het verlenen van medewerking is een ieder gehouden de
aanwijzingen van de toezichthouders te volgen en hun de benodigde
bijstand en hulpmiddelen kosteloos te verstrekken, bij gebreke
waarvan deze op kosten van de betrokkene in het nodige kunnen
voorzien.
HOOFDSTUK 6
VERBODSBEPALINGEN
Artikel 32
-
Het is voor de maatschappij verboden om ingevolge de ISPS- Code
scheepvaart activiteiten met zijn schip/ schepen te ontplooien of
toe te staan dat met zijn schepen scheepvaartactiviteiten ontplooid
worden, indien de maatschappij niet in het bezit is van een geldig
internationaal scheepsbeveiligingscertificaat als bedoeld in artikel
14.
-
Het is de beheerder van een havenfaciliteit niet toegestaan een
activiteit, als bedoeld in hoofdstuk XI- 2 voorschrift 1.8 van het
Verdrag, in zijn havenfaciliteit te verrichten of toe te laten of
dat deze wordt verricht, indien de havenfaciliteit niet in het bezit
is van een geldig havenbeveiligingscertificaat.
HOOFDSTUK 7
STRAFBEPALINGEN
Artikel 33
Elk opzettelijk handelen of nalaten dat de beveiliging van een schip
of havenfaciliteit in gevaar brengt wordt gekwalificeerd als een
beveiligingsincident, en wordt gestraft met een geldboete van de
zesde categorie van de Algemene Geldboetewet of hechtenis van ten
hoogste één jaar.
Artikel 34
Overtreding van het bepaalde in artikel 32 de leden 1 en 2 wordt
gestraft met een geldboete van de zevende categorie van de Algemene
Geldboetewet of hechtenis van ten hoogste één jaar.
Artikel 35
Degene die bij of krachtens deze wet verplicht is tot het
verstrekken van informatie en deze informatie verzwijgt of onjuiste
informatie verstrekt, wordt gestraft met een geldboete van de vijfde
categorie van de Algemene Geldboetewet of hechtenis van ten hoogste
een jaar.
Artikel 36
Verplichting tot medewerking
-
Het niet voldoen aan de verplichtingen tot medewerking als
bedoeld in artikel 31 leden 2 en 3, wordt gestraft met een geldboete
van de derde categorie van de Algemene Geldboetewet.
-
Het niet voldoen aan aanwijzingen krachtens de artikelen 12, 13,
23, 24, en 25, wordt gestraft met een geldboete van de vierde
categorie van de Algemene Geldboetewet of hechtenis van ten hoogste
veertien dagen.
Artikel 37
De in artikel 34, 35 en 36 strafbaar gestelde feiten zijn
overtredingen.
SLOTARTIKELEN
Artikel 38
Onverminderd het bepaalde in deze wet waarin een staatsbesluit is
voorgeschreven kunnen met betrekking tot de in deze wet geregelde
onderwerpen bij of krachtens staatsbesluit nadere regelingen worden
vastgesteld.
Artikel 39
-
Deze wet kan worden aangehaald als “ Wet Maritieme Beveiliging”.
-
Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname
afgekondigd.
-
Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van
haar afkondiging.
-
De Minister belast met de zorg voor het transportwezen is
verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet.
Gegeven te Paramaribo, de 30ste juni 2004.
R. R. VENETIAAN
Uitgegeven te Paramaribo, de 30ste juni 2004
De Minister van Binnenlandse Zaken,
U. JOELLA-SEWNUNDUN
MEMORIE VAN TOELICHTING
Algemeen
De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft tijdens een
diplomatieke conferentie betreffende de maritieme beveiliging in
Londen in december 2002, maatregelen genomen ter waarborging van de
beveiliging van schepen en havenfaciliteiten. Deze maatregelen zijn
verwerkt in een wijziging van het Verdrag. Suriname heeft dit
verdrag in 1988 geratificeerd, doch de amendementen bij dit verdrag
zijn nog niet in de Surinaamse wetgeving geïncorporeerd. In deze wet
zijn de wijzigingen op het Solas Verdrag, m.n. de “Voorschriften van
boordnavigatie systemen en –apparatuur”, “Voorschriften met
betrekking tot scheepsidentificatienummer en het continu
scheepsgegevensoverzicht”, “Speciale maatregelen ter verbetering van
de maritieme beveiliging” en de “Internationale Code voor de
beveiliging van schepen en havenfaciliteiten” (ISPS- Code),
opgenomen,
De maatregelen die gedurende de diplomatieke conferentie werden
aangenomen zijn:
-
Het aan boord hebben van een automatische identificatie systeem
(SOLAS Chapter V Carriage requirements for Automatic identification
system (Regulation 19)).
-
Speciale maatregelen ter verhoging van de maritieme veiligheid
(SOLAS Chapter X1-1 Special measures to enhance maritime safety):
-
het zichtbaar aanbrengen van een definitieve aanduiding van het
IMO nummer op de romp van het schip.
-
continu scheepsgegevensoverzicht (Continuous Synopsis record) met
informatie over onder andere: klasse, eigenaar, IMO nummer. Het doel
hiervan is het beschikbaar zijn van historische informatie
betreffende o.a. de vlag, eigenaar en operator van het schip.
-
Een nieuwe Solas X1-2 “Speciale maatregelen ter verhoging van de
maritieme beveiliging”. Dit nieuwe hoofdstuk introduceert de
International Ship and Port Facility Security Code (ISPS- Code).
ISPS- Code
De ISPS- Code (Code) en aanvullende voorschriften zijn op 1 juli
2004 van kracht en van toepassing op alle passagiersschepen,
vrachtschepen groter dan 500 Bruto Register Ton (BRT) en op
havenfaciliteiten die door deze schepen worden aangedaan. De Code
heeft onder andere tot doel het opzetten van een internationaal
netwerk van Staten, Havenautoriteiten en de scheepvaartindustrie om
dreigingen tegen de beveiliging en veiligheid van schepen en
havenfaciliteiten te identificeren en preventieve maatregelen te
treffen.
De ISPS- Code onderscheidt 3 (drie) veiligheidsniveaus. Niveau 1, 2
en 3.
Niveau 1 is normaal veiligheidsniveau
Niveau 2 is verhoogd securityniveau
Niveau 3 is verhoogde staat van paraatheid
De ISPS- Code is opgesplitst in twee delen nl: Deel A en Deel B.
Deel A is verplicht en Deel B dient als leidraad voor de
implementatie van deel A.
Het uitgangspunt van de ISPS- Code is risico management d.w.z. het
vaststellen van de mogelijke dreigingen, risico’s en zwakheden,
teneinde maatregelen daartegen te treffen.
Scheepsbeveiliging
Schepen waarop de ISPS- Code van toepassing is dienen te beschikken
over een:
• Scheepsbeveiligingsplan;
• Scheepsbeveiligingsfunctionaris.
De rederij van het schip dient eveneens een
bedrijfsbeveiligingsfunctionaris aan te stellen.
De Maritieme Administratie van de partijstaat is belast met de
afgifte van het scheepsbeveiligingscertificaat (International Ship
Security Certificate (ISSC)) wanneer het schip de bepalingen van de
ISPS- Code heeft geïmplementeerd. Dit houdt in dat het door de
Maritieme Administratie goedgekeurd scheepsbeveiligingsplan (Ship
Security Plan (SSP)) naar tevredenheid is geïmplementeerd.
Voorafgaand aan het schrijven van de SSP wordt de
scheepsbeveiligingsbeoordeling (Ship Security Assessment (SSA))
uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de bedrijfs- c.q.
scheepsbeveiligingfunctionaris (Company Security Officer (CSO)).
Deze functionaris dient erop toe te zien dat de beoordeling door
gekwalificeerde personen c.q. organisaties wordt uitgevoerd.
Opgemerkt wordt dat de organisatie die de beveiligingsbeoordeling
heeft uitgevoerd niet betrokken mag zijn bij de beoordeling van het
resultaat van de scheepsbeveiligingsbeoordeling en het schrijven van
het plan.
Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de
scheepsbeveiligingsfunctionaris (Ship Security Officer (SSO)) toe te
zien op de implementatie en bewaking van de SSP. Opgemerkt wordt dat
de eindverantwoordelijkheid betreffende de veiligheid van het schip
bij de kapitein berust.
Schepen informeren hun vlaggestaat over een mogelijke dreiging via
hun scheepsbeveiligingsalarmsysteem.
De havenstaat is bij controle gerechtigd alleen het
scheepsbeveiligingscertificaat in te zien en niet het
scheepsbeveiligingsplan. Een schip kan ook vóór aankomst in de haven
geïnspecteerd worden en bij onvolkomenheden betreffende het
beveiligingssysteem kan de toegang worden geweigerd (Hoofdstuk X1-
2, voorschrift 9 van het Verdrag).
Havenbeveiliging
Havens die worden aangedaan door schepen groter of gelijk aan 500
BRT moeten over het volgende beschikken:
De ISPS- Code schrijft voor dat elke havenfaciliteit een
havenbeveiligingsbeoordeling moet uitvoeren en op grond daarvan een
havenbeveiligingsplan opstellen en implementeren. In dit plan staat
beschreven welke maatregelen de havenfaciliteit neemt bij een
mogelijke dreiging. Als blijk van effectieve implementatie van het
plan verstrekt de Havenbeveiligingsautoriteit het
havenbeveiligingscertificaat.
De havenfaciliteit dient opdrachten van de Staat of de door deze
aangewezen instantie betreffende mogelijke beveiligingsrisico’s voor
de faciliteit strikt op te volgen. De havenfaciliteit moet een
beveiligingsbeoordeling (Port Facility Security Assessment (PFSA))
uitvoeren die nodig is om vast te stellen of de faciliteit een
havenbeveiliging functionaris moet hebben die de
verantwoordelijkheid heeft voor het opstellen en implementeren van
het havenfaciliteit beveiligingsplan.
Het is in deze de verantwoordelijkheid van de
Havenbeveiligingsautoriteit (Designated Authority (DSA) om het
resultaat van de havenfaciliteit beveiligingsbeoordeling te
beoordelen en bij deugdelijke implementatie van het daarna
opgestelde havenfaciliteit beveiligingsplan een
havenbeveiligingscertificaat aan de beheerder van de havenfaciliteit
te verstrekken.
De goedkeuring van het plan kan niet aan een erkende
beveiligingsorganisatie worden gedelegeerd. Deze organisatie kan de
Havenbeveiligingsautoriteit evenwel bijstaan bij het
beoordelingsproces.
De havenfaciliteitbeveiligingbeoordeling kan ook door een
beveiligingsorganisatie of de havenfaciliteit worden uitgevoerd.
Het is de taak van de havenbeveiligingsfunctionaris om toe te zien
op het opstellen, de implementatie en bewaking van het
havenbeveiligingsplan.
Een haven kan uit verschillende havenfaciliteiten bestaan die dan
hun eigen beveiligingsplannen kunnen hebben bv. Oliepier,
Bacovensteiger.
Voorschrift 13 van hoofdstuk XI-2 van het SOLAS Verdrag regelt de
informatie die door partijstaten uitgewisseld moeten worden tussen
schepen, de IMO en andere partijstaten.
De IMO zal een lijst publiceren met havens die de ISPS – Code hebben
geïmplementeerd. Het gevolg hiervan is dat een haven die niet op de
lijst voorkomt een verhoogd risico oplevert voor een schip en dus
vermeden zal worden.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
Dit artikel betreft de definiëring van begrippen. Getracht is
slechts begrippen die niet in het verdrag zijn gedefinieerd nader
vast te stellen. Voor wat betreft enige begrippen was het echter
noodzakelijk dit uitdrukkelijk op te nemen. Dit geldt voor het
begrip “Maritieme Administratie” welk in hoofdstuk 1.2 sub b. van
het Safety of Life At Sea verdrag is gedefinieerd. Hetzelfde geldt
ook voor het begrip “havenbeveiligingsautoriteit” dat in hoofdstuk
XI -2 voorschrift 1 sub 11 van het verdrag is omschreven.
Artikel 4
De Minister belast met de zorg voor het transportwezen in zijn
portefeuille heeft tot taak de Internationale Maritieme Organisatie
van de in hoofdstuk XI- 2 voorschrift 13 van het Verdrag genoemde
informatie te voorzien. Deze informatie betreft onder andere de
namen en contactinformatie van de autoriteiten die de
verantwoordelijkheid hebben voor zaken betreffende de beveiliging
van schepen en havenfaciliteiten.
Artikel 5
Met dit artikel heeft de Minister de bevoegdheid nadere regels vast
te stellen voor een effectieve implementatie en uitvoering van deze
wet.
Bovendien is hij gehouden te zorgen voor de nodige informatie aan de
IMO.
Artikel 6
In dit artikel wordt tot uitdrukking gebracht dat de uitvoering van
de taken, respectievelijk de nakoming van de verplichtingen die op
Suriname rusten als partij bij het SOLAS- Verdrag van de IMO, door
de wetgever wordt opgedragen aan:
-
de Minister van Justitie en Politie in overeenstemming met de
Minister van Defensie wat betreft de vaststelling van de
veiligheidsniveaus;
-
de Minister van Transport, Communicatie en Toerisme voor het
overige.
In het scheepsbeveiligings- en het
havenfacilitieits-beveiligingsplan is opgenomen welke maatregelen
deze eenheden dienen te treffen bij de respectieve
veiligheidsniveaus. De verantwoordelijkheid voor het vaststellen van
het veiligheidsniveau is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de
Ministers belast met de nationale veiligheid. Deze zijn de Minister
van Justitie en Politie en de Minister van Defensie (art. 177 ev.
Grondwet van de Republiek Suriname).
De Procureur Generaal heeft als
hoofd van het Openbaar Ministerie in deze ook een belangrijke rol te
vervullen in het proces van opsporing (art. 145 e.v. Grondwet).
Bij toenemende dreiging gaat het veiligheidsniveau omhoog en dienen
er extra beveiligingsmaatregelen genomen te worden. Niveau 1 is het
basisniveau en geldt altijd.
Mochten er aanwijzingen zijn voor een mogelijke dreiging dan zal het
veiligheidsniveau omhooggaan naar niveau 2, en zijn er concrete
aanwijzingen dat tegen een specifieke faciliteit of schip dat een
aanslag wordt voorbereid dan zal voor hen veiligheidsniveau 3
gelden.
Artikel 8 lid 5
Bij dit artikel dient verwezen te worden naar artikel 3 waarin wordt
bepaald dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor maritieme
beveiliging bij de President berust. De verantwoordelijkheid dus
voor de beveiliging berust volgens onze Grondwet bij de President.
Bij de vervulling van de taken genoemd in dit lid zal er voorafgaand
overleg zijn met de President.
Artikel 9
De Havenbeveiligingsautoriteit is het instituut dat de
verantwoordelijkheid heeft voor het toezicht op de naleving van de
voorschriften betreffende de beveiliging van havenfaciliteiten. Voor
het overige wordt naar het algemene gedeelte van de memorie van
toelichting verwezen.
Artikel 10
De maatschappijen en de beheerders van havenfaciliteiten zijn
verplicht de mate van beveiliging van de faciliteiten en schepen aan
respectievelijk Havenbeveiligingsautoriteit en de Maritieme
Administratie door te geven.
De scheepsbeveiligingsfunctionaris is gehouden de Maritieme
Administratie te informeren over elke verandering op het schip dat
van invloed kan zijn op de beveiliging van het schip. Dit geldt ook
voor de havenbeveiligingsfunctionaris.
Artikel 11 lid 1
Opgemerkt wordt dat de kosten voor het beoordelen van de ingediende
havenbeveiligingsbeoordeling, havenbeveiligingsplan,
scheepsbeveiligingsbeoordeling, scheepsbeveiligingsplan en controle
op de implementatie van de plannen voor rekening zijn van de
aanvrager. Deze kosten zijn afhankelijk van de uitgevoerde
werkzaamheden en kunnen niet voorhands worden vastgesteld.
Artikel 11 lid 2
De kosten voor de uitgifte van de certificaten worden bij
staatsbesluit vastgesteld. Dit betreft slechts de Maritieme
Administratieve kosten.
Artikel 13, 14 en 15
Zoals in het algemeen gedeelte reeds is aangegeven dient een schip
waarop de ISPS- Code van toepassing is over zekere zaken te
beschikken z.a. het aanwijzen van een
scheepsbeveiligingfunctionaris. Aan deze schepen worden na de nodige
keuringen de daaraan gekoppelde certificaten door de Maritieme
Administratie verstrekt.
Artikel 16
De geldigheidsduur van de certificaten is gehouden op een maximum
d.w.z. dat de Maritieme Administratie onder bepaalde omstandigheden
een kortere geldigheidsduur kan vaststellen.
Artikel 17
Een voorlopig certificaat wordt afgegeven conform Deel A hoofdstuk
19 sub 4 van de ISPS Code. De maximale duur waarvoor het voorlopig
certificaat verleend wordt is zes maanden en is niet voor verlenging
vatbaar.
Artikel 21
Dit artikel geeft de gronden aan in welk geval een verstrekt
certificaat zijn geldigheid verliest. Enkele gronden zijn:
Artikel 22 lid 3
Het is noodzakelijk om de Districtscommissaris van een district met
havenfaciliteiten waar schepen die vallen onder de ISPS-code
aanmeren, een afschrift te doen toekomen.
Artikel 25
Opgemerkt moet worden dat een beoordeling van de havenfaciliteit
door de Havenbeveiligingsautoriteit van commentaar wordt voorzien
totdat het is goed bevonden om geïmplementeerd te worden. Na de
implementatie zullen er inspecties worden uitgevoerd. De
tekortkomingen die er eventueel nog zijn, zullen met de
havenfaciliteitbeheerder worden besproken. Nadat de beheerder deze
heeft opgeheven zal het certificaat verstrekt worden.
Artikel 33
Ter garandering van een effectieve implementatie van deze wet is het
nodig dat een ieder zich dient te houden aan de door de
havenfaciliteit of schip kenbaar gemaakte beveiligingsvoorschriften.
Paramaribo, 30 juni 2004
R. R. VENETIAAN